PORTRETTEN
Wijze rotten
Ze lopen hier al meer dan 25 jaar rond: onverwoestbaar, eigenzinnig en met een hoofd vol kennis waar je u tegen zegt. Vier wijze rotten over chaos, trots, levenslessen en de momenten die zijn blijven hangen.
Tekst: Sophie Verschoor - Beeld: Mark van den Brink
Sandra Visee
Teammanager salarisadministratie
“Ik begon in 1986 als uitzendkracht, verstopt achter stapels formulieren. Bijna veertig jaar later geef ik leiding aan de salarisadministratie en zorg ik er samen met mijn team voor dat ruim 17.000 medewerkers iedere maand op tijd hun salaris krijgen. Vroeger gingen salariswijzigingen via formulieren naar de typkamer, waar grijze dames met knotjes driftig zaten te tikken. Als er een fout in zat, werd het formulier met een groot rood kruis terug op je bureau gegooid. Je kreeg nog nét geen tik met de liniaal.
Nu gaat vrijwel alles digitaal, maar eenvoudiger is het niet geworden. Soms regelt en declareert iemand zelf iets voor een teamuitje, in plaats van de catering in te schakelen. Goed bedoeld, goedkoper misschien, maar fiscaal kan dat behoorlijk ingewikkeld zijn.
We hebben een hecht team. Mijn stijl van leidinggeven is vrij direct. Als iets niet goed gaat, zeg ik dat. Maar daarna help ik ook om het op te lossen. Fouten maken mag. Als mensen bang zijn dat ze op hun kop krijgen, gaan ze fouten verbergen. Dan ben je nog verder van huis.
De grootste uitdaging was de fusie. Twee teams, twee systemen, twee culturen… Ik vond dat zelf ook ingewikkeld. Nieuwe collega’s helpen die kloof te dichten. Zij stellen vragen die anderen allang niet meer stellen: waarom doen we dit eigenlijk zo?
Wat me na al die jaren nog motiveert? De 24e. Dat álle collega’s op tijd hun salaris krijgen, blijft een grote uitdaging.”
‘Je kreeg nog nét geen
tik met de liniaal’
Lodi Sittrop
Medewerker telefooncentrale
“Mensen helpen, dat is de rode draad in mijn 41 jaar bij Amsterdam UMC. Ik begon als brancardier, reed patiënten door het ziekenhuis. Soms, bij drukte, riep ik: ‘Hou je vast allemaal!’ en dan reed ik met drie of vier rolstoelen tegelijk door de gangen. Daarna werd ik beveiliger. Hartstikke leuk werk, want je maakt ook spannende dingen mee. Zo zag ik eens iemand zich verdacht gedragen bij een auto op P2. ‘Alles oké?’ vroeg ik. De man zette het op een lopen. Ik ging erachteraan en betrapte hem met een tas vol autoradio’s.
Maar de verhalen die me het meest bijblijven, gaan over mensen helpen. Zoals dat oudere echtpaar met een lekke band. ‘Gaat u maar lekker warm in de wachtkamer zitten, ik vervang die band wel.’ Of die vader van wie de auto was gestolen nadat zijn tweeling doodgeboren was. Ik bracht hem in mijn eigen auto naar het politiebureau.
Sinds 2014 werk ik op de telefooncentrale. Dat vind ik heerlijk. Contact met patiënten, artsen en collega’s. Ik heb inmiddels een beroemde stem. Door mensen te helpen die vastlopen in het keuzemenu, oudere patiënten of mensen die minder goed Nederlands spreken, hoop ik het verschil te maken.
In 2014 kreeg ik darmkanker en werd zelf patiënt. Tsja, je kunt dan bij de pakken neerzitten. ‘Maar een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’, zeiden mijn ouders altijd. Vorig jaar belde een arts mij persoonlijk op na mijn laatste controle. Zó lief. Dat iemand zo meeleeft.”
‘Ik heb inmiddels een beroemde stem’
Monique Kooijman
Verpleegkundig hoofd
“Inmiddels ben ik zowat meeverzekerd met de inboedel, in 43 jaar heb ik op bijna iedere verdieping van het ziekenhuis gewerkt. Aan mijn tijd op de tienerafdeling denk ik nog regelmatig terug. Heerlijke pubers: stoer doen, verliefd worden op elkaar, gekkigheid uithalen. Ouders mochten mee naar de OK, maar als je vijftien bent, is dat niet cool. Dus vroegen ze: ‘Monique, ga jij mee?’ De knuffel mocht niet achterblijven. Stond ik in de lift met een beer onder mijn jas.
De aidsepidemie maakte diepe indruk. Vrienden, kennissen, collega’s die besmet raakten. Mijn zwaarste werkdag ooit: een nachtdienst op de aidsunit tijdens Oud en Nieuw. Veel patiënten wisten: dit wordt mijn laatste jaarwisseling. Later zag ik hoe de eerste combinatietherapieën dat beeld veranderden. De ziekte werd veel beter behandelbaar. Ik ben trots op het aandeel dat Amsterdam UMC daarin heeft gehad.
Na jaren aan het bed volgde ik in mijn eigen tijd een managementopleiding. Later kon ik vanuit de organisatie een vervolgopleiding doen. Juist die mogelijkheden maken Amsterdam UMC bijzonder. Ik heb hier veel kansen gekregen én genomen. Ik hielp bij het opzetten van afdelingen zoals niertransplantatie, dagbehandeling en kort verblijf. Ook bouwde ik samen met een collega het transferpunt AMC op.
Mijn leiderschapsstijl is nuchter en direct: luisteren, mensen serieus nemen en geen verborgen agenda’s. En eerlijk zijn als je iets niet weet. Plus: humor is geen bijzaak. Het is een zwaar vak, daar hoort ook lol bij. Anders houd je het niet vol.”
‘De aidsepidemie maakte diepe indruk’
Minke Jansen
Ziekenhuisapotheker
“Ik geef al 20 plus jaar leiding aan de ziekenhuisapotheek op locatie AMC. Het liefst doe ik dat zoals ik hockey: als spelverdeler. Mensen bij elkaar brengen, zorgen dat anderen kunnen groeien. Als iemand ergens beter in is dan ik, dan moet diegene het doen. Waar ik het meest trots op ben? Dat apothekers écht onderdeel zijn van het zorgteam. Vroeger belden ze artsen met medicatieadvies op basis van wat ze in het computersysteem zagen, terwijl de situatie op de afdeling zelf vaak alweer veranderd was. Dus draaide ik het om: niet wachten op signalen uit een systeem, maar aanwezig zijn op de afdeling. Inmiddels zijn apothekers structureel aanwezig op de IC en de Kinder IC.
Chaos ken ik ook. Bijvoorbeeld bij de invoering van het elektronisch patiëntendossier Epic, zo’n tien jaar geleden. In één klap veranderden alle werkprocessen. En alsof dat nog niet genoeg was, begon ook het voorraadbeheersysteem te haperen. Daardoor moest op 30 december de volledige voorraad handmatig worden geteld voor de boekhouding. Een monsterklus. Toen de raad van bestuur vroeg of ze iets konden betekenen, floepte ik eruit: ‘Meetellen.’ Kwamen ze ook nog! Fantastisch. Ons team voelde zich echt gezien.
Als leidinggevende betrap ik mezelf regelmatig op sportmetaforen. Dan hoor ik mezelf zeggen: ‘Als iemand niet linksbenig is, moet je diegene de bal niet op de linkervoet aanspelen.’ Oftewel: kijk naar mensen, niet naar functies. Voorlopig blijf ik hier nog wel even het spel verdelen. Ik ga pas weg als Ajax belt.” •
‘De volledige voorraad moest handmatig geteld. Een monsterklus’
Monique Kooijman
Verpleegkundig hoofd
PORTRETTEN
Wijze rotten
Tekst: Sophie Verschoor - Beeld: Mark van den Brink
Ze lopen hier al meer dan 25 jaar rond: onverwoestbaar, eigenzinnig en met een hoofd vol kennis waar je u tegen zegt. Vier wijze rotten over chaos, trots, levenslessen en de momenten die zijn blijven hangen.
Sandra Visee
Teammanager salarisadministratie
“Ik begon in 1986 als uitzendkracht, verstopt achter stapels formulieren. Bijna veertig jaar later geef ik leiding aan de salarisadministratie en zorg ik er samen met mijn team voor dat ruim 17.000 medewerkers iedere maand op tijd hun salaris krijgen. Vroeger gingen salariswijzigingen via formulieren naar de typkamer, waar grijze dames met knotjes driftig zaten te tikken. Als er een fout in zat, werd het formulier met een groot rood kruis terug op je bureau gegooid. Je kreeg nog nét geen tik met de liniaal.
Nu gaat vrijwel alles digitaal, maar eenvoudiger is het niet geworden. Soms regelt en declareert iemand zelf iets voor een teamuitje, in plaats van de catering in te schakelen. Goed bedoeld, goedkoper misschien, maar fiscaal kan dat behoorlijk ingewikkeld zijn.
We hebben een hecht team. Mijn stijl van leidinggeven is vrij direct. Als iets niet goed gaat, zeg ik dat. Maar daarna help ik ook om het op te lossen. Fouten maken mag. Als mensen bang zijn dat ze op hun kop krijgen, gaan ze fouten verbergen. Dan ben je nog verder van huis.
De grootste uitdaging was de fusie. Twee teams, twee systemen, twee culturen… Ik vond dat zelf ook ingewikkeld. Nieuwe collega’s helpen die kloof te dichten. Zij stellen vragen die anderen allang niet meer stellen: waarom doen we dit eigenlijk zo?
Wat me na al die jaren nog motiveert? De 24e. Dat álle collega’s op tijd hun salaris krijgen, blijft een grote uitdaging.”
‘Je kreeg nog nét geen
tik met de liniaal’
Lodi Sittrop
Medewerker telefooncentrale
“Mensen helpen, dat is de rode draad in mijn 41 jaar bij Amsterdam UMC. Ik begon als brancardier, reed patiënten door het ziekenhuis. Soms, bij drukte, riep ik: ‘Hou je vast allemaal!’ en dan reed ik met drie of vier rolstoelen tegelijk door de gangen. Daarna werd ik beveiliger. Hartstikke leuk werk, want je maakt ook spannende dingen mee. Zo zag ik eens iemand zich verdacht gedragen bij een auto op P2. ‘Alles oké?’ vroeg ik. De man zette het op een lopen. Ik ging erachteraan en betrapte hem met een tas vol autoradio’s.
Maar de verhalen die me het meest bijblijven, gaan over mensen helpen. Zoals dat oudere echtpaar met een lekke band. ‘Gaat u maar lekker warm in de wachtkamer zitten, ik vervang die band wel.’ Of die vader van wie de auto was gestolen nadat zijn tweeling doodgeboren was. Ik bracht hem in mijn eigen auto naar het politiebureau.
Sinds 2014 werk ik op de telefooncentrale. Dat vind ik heerlijk. Contact met patiënten, artsen en collega’s. Ik heb inmiddels een beroemde stem. Door mensen te helpen die vastlopen in het keuzemenu, oudere patiënten of mensen die minder goed Nederlands spreken, hoop ik het verschil te maken.
In 2014 kreeg ik darmkanker en werd zelf patiënt. Tsja, je kunt dan bij de pakken neerzitten. ‘Maar een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’, zeiden mijn ouders altijd. Vorig jaar belde een arts mij persoonlijk op na mijn laatste controle. Zó lief. Dat iemand zo meeleeft.”
‘Ik heb inmiddels een beroemde stem’
“Inmiddels ben ik zowat meeverzekerd met de inboedel, in 43 jaar heb ik op bijna iedere verdieping van het ziekenhuis gewerkt. Aan mijn tijd op de tienerafdeling denk ik nog regelmatig terug. Heerlijke pubers: stoer doen, verliefd worden op elkaar, gekkigheid uithalen. Ouders mochten mee naar de OK, maar als je vijftien bent, is dat niet cool. Dus vroegen ze: ‘Monique, ga jij mee?’ De knuffel mocht niet achterblijven. Stond ik in de lift met een beer onder mijn jas.
De aidsepidemie maakte diepe indruk. Vrienden, kennissen, collega’s die besmet raakten. Mijn zwaarste werkdag ooit: een nachtdienst op de aidsunit tijdens Oud en Nieuw. Veel patiënten wisten: dit wordt mijn laatste jaarwisseling. Later zag ik hoe de eerste combinatietherapieën dat beeld veranderden. De ziekte werd veel beter behandelbaar. Ik ben trots op het aandeel dat Amsterdam UMC daarin heeft gehad.
Na jaren aan het bed volgde ik in mijn eigen tijd een managementopleiding. Later kon ik vanuit de organisatie een vervolgopleiding doen. Juist die mogelijkheden maken Amsterdam UMC bijzonder. Ik heb hier veel kansen gekregen én genomen. Ik hielp bij het opzetten van afdelingen zoals niertransplantatie, dagbehandeling en kort verblijf. Ook bouwde ik samen met een collega het transferpunt AMC op.
Mijn leiderschapsstijl is nuchter en direct: luisteren, mensen serieus nemen en geen verborgen agenda’s. En eerlijk zijn als je iets niet weet. Plus: humor is geen bijzaak. Het is een zwaar vak, daar hoort ook lol bij. Anders houd je het niet vol.”
‘De aidsepidemie maakte diepe indruk’
Minke Jansen
Ziekenhuisapotheker
“Ik geef al 20 plus jaar leiding aan de ziekenhuisapotheek op locatie AMC. Het liefst doe ik dat zoals ik hockey: als spelverdeler. Mensen bij elkaar brengen, zorgen dat anderen kunnen groeien. Als iemand ergens beter in is dan ik, dan moet diegene het doen. Waar ik het meest trots op ben? Dat apothekers écht onderdeel zijn van het zorgteam. Vroeger belden ze artsen met medicatieadvies op basis van wat ze in het computersysteem zagen, terwijl de situatie op de afdeling zelf vaak alweer veranderd was. Dus draaide ik het om: niet wachten op signalen uit een systeem, maar aanwezig zijn op de afdeling. Inmiddels zijn apothekers structureel aanwezig op de IC en de Kinder IC.
Chaos ken ik ook. Bijvoorbeeld bij de invoering van het elektronisch patiëntendossier Epic, zo’n tien jaar geleden. In één klap veranderden alle werkprocessen. En alsof dat nog niet genoeg was, begon ook het voorraadbeheersysteem te haperen. Daardoor moest op 30 december de volledige voorraad handmatig worden geteld voor de boekhouding. Een monsterklus. Toen de raad van bestuur vroeg of ze iets konden betekenen, floepte ik eruit: ‘Meetellen.’ Kwamen ze ook nog! Fantastisch. Ons team voelde zich echt gezien.
Als leidinggevende betrap ik mezelf regelmatig op sportmetaforen. Dan hoor ik mezelf zeggen: ‘Als iemand niet linksbenig is, moet je diegene de bal niet op de linkervoet aanspelen.’ Oftewel: kijk naar mensen, niet naar functies. Voorlopig blijf ik hier nog wel even het spel verdelen. Ik ga pas weg als Ajax belt.” •
‘De volledige voorraad moest handmatig geteld. Een monsterklus’